Geloven dat je kan groeien

De manier waarop je kijkt naar je talenten en je mogelijkheden om je te ontwikkelen, hebben grote invoed op je ontwikkeling.
Geloven dat je kan groeien

Een positieve kijk op ontwikkeling

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - september 2018
Wanneer een kind het goed doet op school, kan het vaak -van leerkrachten, ouders, medeleerlingen- te horen krijgen "jij bent sim." Op zich natuurlijk een fijne boodschap om te horen. Maar is een kind er echt wel bij gebaat dit steeds te horen? Want wat nou als je plotseling moeite krijgt met een nieuw vak of een nieuwe opdracht op school? Wat als je eens een onvoldoende haalt? Wat als je de stof een keer niet meteen begrijpt? Betekent dat dan dat je toch niet slim bent?
Dat zo'n conclusie niet goed voor het zelfvertrouwen is, spreekt voor zich. 'Slim zijn' is iets dat vast ligt, iets dat onderdeel van je uitmaakt, iets waar je zelf weinig invloed op hebt. Terwijl 'je best doen' ,'hard werken', 'veel oefenen' etcetera zaken zijn waar je grip op hebt, waar je zelf controle over hebt.
Dit roept de belangrijke nature-vs-nurture-vraag op: is iets aangeboren of aangeleerd. Liggen onze talenten en vaardigheden vast of kunnen we deze beïnvloeden?
idee over ontwkkieling
Hoe kijk je aan tegen ontwikkeling en talent?

Uiteraard worden we geboren met aanleg en talenten. Het idee dat we als een onbeschreven blad ter wereld komen, hebben we al vele jaren achter ons gelaten. Maar wanneer je niets doet met die aanleg, zal die zich ook nooit ontwikkelen. Misschien heeft je kind wel een enorme aanleg voor het besturen van een vliegtuig, steile wand klimmen of kantklossen. Zolang hij/zij deze activiteiten nooit uitprobeert zal niemand ooit weten van deze aanleg.
Wanneer je wel het talent van je kind ontdekt, is daarmee succes ook nog niet verzekerd. Geen enkele profvoetballer, zanger of professor is dit geworden zonder veel oefenen en hard werken. Inspanning helpt je je talenten te ontwikkelen. En ook dat waar je niet zo goed in bent, kunt je met wat extra inspanning wel leren. En natuurlijk kan niet iedereen hetzelfde bereiken, maar iedereen kan zijn capaciteiten vergroten.

Hoe we aankijken tegen onze mogelijkheden om ons te ontwikkelen heeft grote invloed op onze werk- en leerhouding. We kunnen twee verschillende visies onderscheiden. De statische visie (fixed mindset) gaat uit van het idee dat onze vaardigheden en ons IQ grotendeels vastliggen. Kinderen moeten uiteraard van alles leren, maar wat ze kunnen bereiken ligt redelijk vast. De op groei gerichte visie (growth mindset) gaat uit van het idee dat we aanleg hebben, maar dat wat we daar mee doen een veel grotere invloed heeft op wat we bereiken. Door ons in te spannen kunnen we veel bereiken.

Als we kijken naar de statische visie, dan zien we dat kinderen hierdoor erg beperkt worden in hun vertrouwen in de mogelijkheden zich te ontwikkelen. Kinderen met een statische visie zoeken vooral bevestiging dat ze bijvoorbeeld slim, goed in tennis of muzikaal zijn. Het draait bij hen vooral om slim zijn, de beste zijn, een winnaar zijn. Wanneer dit een keer niet lukt voelen ze zich hierdoor bedreigd. Kinderen met een statische mindset gaan moeilijke uitdagingen dan ook vaak maar liever uit de weg. Wanneer je het niet probeert, kun je ook niet falen. Ze nemen een defensieve houding aan en kun snel opgeven. We zien dan ook regelmatig faalangst bij deze groep kinderen. Kritiek valt zwaar en inspanning moeten leveren om iets te leren of te bereiken, wordt eigenlijk als iets negatief gezien. Een bewijs dat het kind toch niet zo slim of goed is als het dacht te zijn.

Terwijl een op groei gerichte visie een kind alle ruimte biedt om zich verder te ontwikkelen. Wanneer je er vanuit gaat dat je je talenten moet ontwikkelen, ga je uitdagingen makkelijker aan en kan je er beter mee omgaan wanneer iets nog niet lukt of wanneer je kritiek krijgt. Dit betekent namelijk niet dat je toch niet slim bent of toch niet goed kan tennissen. Kritiek is geen aanval, maar hulp om te groeien en je te ontwikkelen. Het betekent enkel dat je nog wat meer moet oefenen. Zo wordt het kind dus gestimuleerd meer inspanning te leveren en door te zetten. Kinderen met een op groei gerichte mindset zijn minder snel uit het veld geslagen wanneer het tegen zit.

Een moeilijk nieuw vak op school, een uitdaging op het sportveld of een moeilijk muziekstuk, bij een kind met een statische visie leidt dit al snel tot de gedachte "Dit kan ik niet." Terwijl een kind met een op groei gerichte visie veel eerder zal denken: "Dit kan ik NOG niet." Dat dit grote invloed heeft op hoe het kind omgaat met deze uitdaging, spreekt voor zich.
Een kind met een statische visie op ontwikkeling is vooral gericht op "maak ik een goede indruk", een kind met een op groei gerichte visie op "maak ik goede vooruitgang".
invloed op ontwikkeling
Stimulans om je te ontwikkelen

Wanneer iets niet lukt of wanneer het tegenzit leggen kinderen met een statische visie de oorzaak hiervan ook vaak buiten zichzelf (een externe locus of controle noemen we dit). "De toets was veel te moeilijk, de tegenstander speelde vals, de piano was niet goed gestemd of het publiek was te rumoerig." Zo voorkomt het kind dat het aan zichzelf hoeft te twijfelen.
Kinderen met een op groei gerichte visie kijken veel meer naar hun eigen aandeel, wanneer iets niet goed lukt (interne locus of controle). "Waardoor lukte het niet goed en wat kan ik de volgende keer doen om het beter te laten gaan."

Overigens speelt niet alleen de visie van het kind op de eigen ontwikkeling een belangrijke rol bij hoe het kind staat tegenover uitdagingen. De houding van de volwassenen om het kind heen is ook van groot belang. Wanneer een leerkracht of ouder een bepaald verwachtingspatroon heeft van een kind, zal het kind aan dit verwachtingspatroon gaan voldoen. Een leerkracht die denkt dat een kind niet zo goed is in taal, kan het kind hierdoor minder stimuleren en onbedoeld de boodschap overbrengen "jij kan dat toch niet.". Terwijl een leerkracht die ziet dat een kind worstelt met de taallessen, maar het vertrouwen uitstraalt dat het met wat extra begeleiding en oefenen best goed zal komen, het kind veel meer stimuleert door te zetten. Wanneer de mensen om je heen geloven dat je iets kunt bereiken, zal je hier zelf ook meer in gaan geloven.

De manier waarop een kind gestimuleerd wordt en complimenten krijgt maakt ook verschil. Complimenten die vooral gericht zijn op talent en aanleg - "wat een mooi cijfer, wat ben jij toch slim", "Wat kan jij goed voetballen" - kunnen een negatief effect hebben. Ze kunnen verlammend werken, want als iets een keer niet lukt ben je dus niet slim of goed in voetballen. Bij het stimuleren en complimenteren van een kind is het dan ook verstandig vooral de nadruk te leggen op de inzet en inspanning die het kind geleverd heeft: "Wat een mooi cijfer, je hebt goed geleerd voor deze toets", "Wat hield jij die bal mooi tegen, ik kon zien dat je daarop getraind had."
leren leidt tot succes
Het stimuleren van een op groei gerichte visie

Je kunt veel doen om je kind te stimuleren een op groei gerichte denkstijl te ontwikkelen. Het is goed wanneer kinderen begrijpen hoe hun brein werkt. Op jonge leeftijd zijn de hersenen nog niet rijp genoeg om bepaalde dingen aan te leren. Maar het brein wordt net als je spieren sterker wanneer je het traint. Je brein kan zich alleen ontwikkelen wanneer je steeds nieuwe dingen leert en nieuwe uitdagingen aan gaat. Vaak wordt er vanuit gegaan dat de hersenen op een gegeven moment uitontwikkeld zijn. Onderzoek heeft uit gewezen dat dit niet het geval is. Je hele leven lang worden er nieuwe verbindingen in de hersenen gelegd. Zo zien dat we bij mensen die op latere leeftijd hun gezichtsvermogen verliezen, andere zintuigen gevoeliger worden of dat bij hersenbeschadiging andere delen van de hersenen taken kunnen overnemen van het beschadigde deel van het brein.
Wel zijn er periodes waarin het brein extra gevoelig is voor het aanleren van bepaalde vaardigheden en kennis. De eerste zes jaar is het brein bijvoorbeeld extra gevoelig voor het aanleren van taal. Maar je kunt tot op hoge leeftijd blijven bijleren. Het zal misschien alleen wat meer moeite kosten.

Kinderen hebben nuttige succeservaringen nodig om zich te blijven ontwikkelen. Een nuttige succeservaring is succes nadat het kind met enige inspanning iets bereikt heeft wat het nog een beetje moeilijk vond. En je kunt geen nuttige succeservaringen hebben zonder soms ook te falen en fouten te maken, dus ook daarvoor moet ruimte zijn.
Voor het ontwikkelen van een op groei gerichte denkstijl moet de feedback die het kind krijgt, vooral gericht zijn op de inspanning en op de weg naar het succes toe in plaats van op het resultaat.
Aan wat oudere kinderen kun je ook heel goed uitleggen wat een op groei gerichte visie op ontwikkeling inhoudt. Zo leren ze hoe ze met hun gedachten en visie op ontwikkeling zichzelf kunnen stimuleren te blijven groeien.

Er zijn verschillende boeken voor kinderen waarin de op groei gerichte ontwikkelingsvisie speels uitgelegd wordt. Voor meer informatie en de mogelijkheid om het boek te kopen bij bol.com klik je op de titel:
- Een giraf kan niet dansen, Giles Andreae (4 tot 6 jaar)
- Kleine wijze wolf, Gijs van der Hammen (4 tot 7 jaar)
- Joris puzzelt een dino, Harmen van Straaten (4 tot 7 jaar)
- Feedback is fantastisch, Julia Cook (4 tot 8 jaar)
- Het meisje dat nooit fouten maakte, Mark Pett (6 tot 8 jaar)
- Je fantastische elastische brein, JoAnn Deak (6 tot 9 jaar)
- Ken je brein! en haal eruit wat erin zit, JoAnn Deak (11 tot 14 jaar)

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Stel uw vraag of advies aan huis


Informatie voor dit artikel komt van:
https://wij-leren.nl/mindset-talent.php
https://www.vernieuwenderwijs.nl/growth-mindset-wat-waarom-en-hoe/
https://talentontwikkeling.com/actueel/weblog/leiderschap/576-groeimindset-ontwikkelen-4-ingredienten-voor-groei








De manier waarop je kijkt naar je talenten en je mogelijkheden om je te ontwikkelen, hebben grote invoed op je ontwikkeling.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden