Stotteren

Stotteren is een stoornis in het vloeiend spreken. Iemand die stottert is minder vaardig in de planning en uitvoering van de verschillende spraakbewegingen.
Stotteren

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - februari 2020
Stotteren is een stoornis in het vloeiend spreken. Iemand die stottert is minder vaardig in de planning en uitvoering van de verschillende spraakbewegingen. In de hersenen verloopt het aansturen en afstemmen van de verschillende spraakbewegingen niet helemaal soepel. Stotteren wordt ook wel ontwikkelingsstotteren genoemd omdat het vrijwel altijd ontstaat op jonge leeftijd. Het stotteren zelf is voor de meeste mensen snel waarneembaar. Het praten verloopt niet soepel door haperingen, herhaling van letters en verlenging van klanken, waarbij de spreker/ spreekster hier geen controle over heeft. De onderliggende problemen van stotteren zijn veel minder duidelijk waarneembaar. Stotteren gaat gepaard met spreekangst, gevoelens van minderwaardigheid en vermijding van bepaalde woorden en zinnen en soms ook situaties waarin gesproken moet worden.
stotteren
Stotteren komt bij zo'n 60 miljoen mensen op de wereld voor en 170.000 mensen in Nederland worstelen met haperende spraak. Op jonge leeftijd (tussen de 2 en 7 jaar) zien we dat zo'n 8% van de kinderen last heeft van een ontwikkelingsstotter. Het is zeker niet verontrustend wanneer de spraak enige tijd wat minder vloeiend verloopt bij een peuter/ kleuter. Op deze leeftijd zien we vaak herhaling van hele woorden of stukjes zinnen, veel 'euh' tijdens het praten of opnieuw beginnen aan een zin. Dit zijn eerder signalen dat het kind nog aan het leren is te praten en dat het nog zoekt naar woorden om gedachten te benoemen, dan een signaal dat het kind begint te stotteren. Bij kinderen die beginnen te stotteren zien we naast de genoemde herhalingen ook herhaling van klanken (b.b.b.b.b.brood) of lettergrepen (so,so,so,soep), verlening van klanken (vvvvvvvvvvork) en blokkades ( stilvallen in een woord). Bij 75% van deze kinderen is dit een tijdelijk probleem dat vanzelf weer verdwijnt. We spreken dan ook pas van stotteren wanneer het lange tijd aanhoudt, heel vaak voorkomt (dus niet alleen wanneer het kind nerveus is of alleen in speciale situaties) en het spreken echt verhindert. Het kind is dan door het stotteren echt minder goed verstaanbaar en het stotteren staat een vlotte communicatie in de weg. Stotteren komt vier keer vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

Hoe ontstaat stotteren?

Praten lijkt eenvoudig wanneer je het eenmaal kan, maar het is een zeer complex iets. Gedachten en gevoelens moeten eerst omgezet worden in taal. Deze taal moet dan omgezet worden in spraakbewegingen. Bij spreken zijn meer dan honderd verschillende spieren betrokken. Dat dit lastig is voor een jong kind is dan ook begrijpelijk en enige problemen hierbij zijn dan ook niet meteen zorgwekkend. Soms is de mondmotoriek nog minder ver ontwikkeld dan de cognitieve ontwikkeling van het kind. Hij/ zij wil graag gedachten onder woorden brengen, maar dit lukt nog niet. Bij zo'n 75% procent van de jonge kinderen is het haperen en het struikelen over woorden van tijdelijke aard en zien we het weer snel verdwijnen. Bij twintig procent van de jonge kinderen houdt het haperen langere tijd aan en moet gedacht gaan worden aan stotteren.

Stotteren lijkt voor een deel erfelijk bepaald te zijn. De spraakspieren zijn normaal ontwikkeld maar er gaat iets mis in het aansturen van deze spieren op het juiste moment, waardoor de spraakbewegingen niet geheel vloeiend verloopt. Wanneer één van de ouders stottert is er 25% kans dat het kind ook zal stotteren. De genetische aanleg in combinatie met omgevingsfactoren kan er voor zorgen dat een kind begint te stotteren. Vaak zien we dat spanning, te snel willen praten en een nog iets tekort schietende woordenschat bijdragen aan het ontstaan van het stotteren. Het kind wil te snel praten of gedachten overbrengen waar het nog niet de woorden voor heeft en de spraak hapert dan. De reactie uit de omgeving heeft ook invloed op hoe het stotteren zich ontwikkeld. Wanneer het kind een sterke reactie krijgt in de vorm van straf, constante correctie of grote bezorgdheid, dan kan dit de ontwikkeling van het stotteren negatief beïnvloeden.
letters stotteren
Meestal ontwikkelt het stotteren zich geleidelijk, al zien we soms ook wel dat het van het ene op het andere moment ontstaat. Vaak zien we ook dat de mate waarin een kind stottert per periode verschilt. Soms is dit goed te verklaren omdat het kind een periode met spanning ervaart of een erg drukke agenda heeft. Maar niet altijd is er een directe verklaring waarom het stotteren erger of juist minder is in een bepaalde periode.
Als het stotteren zich al op jonge leeftijd openbaart, is de kans groter dat het kind er niet vanzelf overheen groeit. Wanneer kinderen naast het stotteren ook worstelen met een motorisch probleem, een leerprobleem of een taalstoornis, kan dit het stotteren versterken.

Wanneer is het verstandig hulp te zoeken?

Wanneer een kind zes tot negen maanden na het ontstaan van het stotteren nog steeds even sterk stottert, dan is het aan te raden een deskundige te consulteren. Wanneer je merkt dat je kind zelf erg zit met het stotteren kan het verstandig zijn al eerder hulp te zoeken. De deskundige (meestal een stottertherapeut of logopedist) kan een inschatting maken van het stotteren en wanneer nodig, begeleiding bieden om een toename van het stotteren (en de bijkomende problemen) te voorkomen. Deze begeleiding kan tot volledig herstel leiden, maar dit lukt niet altijd. Volledig herstel is op latere leeftijd (wanneer het kind ouder is dan zes) moeilijker te bereiken. Het is dus goed niet te lang te wachten met het zoeken van hulp. Het kan alleen best lastig zijn om onderscheid te maken tussen gewone bij de ontwikkeling horende haperingen in de spraak en stotteren. Twijfel je als ouder of je wel of niet hulp moet zoeken voor het stotteren van je kind, dan kan het helpen de Screeningslijst voor stotteren in te vullen (deze vindt u hier: SLS). Met behulp van deze screeningslijst kan beoordeeld worden of het beter is om even af te wachten of dat het toch verstandig is om actie te ondernemen.

Omgaan met stotteren

Uiteraard wil een kind liever niet stotteren. Het kan het stotteren op verschillende manieren proberen te voorkomen. Sommige kinderen laten 'vechtgedrag' zien. Ze verzetten zich tegen het stotteren door spieren in de kaak, tong, lippen en stembanden aan te spannen. Vaak zien we dan ook verstoord ademen optreden. Andere kinderen laten 'vluchtgedrag' zien. Ze proberen het stotteren te voorkomen met vermijdingsgedrag. Dit kan in de vorm van bepaalde klanken of woorden vermijden (omdat deze moeilijk zonder stotteren uit te spreken zijn) of situaties vermijden waarin het stotteren toeneemt (spanning, voor een groep praten etc). Soms gaan kinderen het praten in zijn geheel proberen te vermijden door enkel nog heel kort antwoord te geven of situaties waarin gepraat moet worden te vermijden.
Begrijpelijk zijn beide oplossingen (vechten en vluchten) geen oplossing en versterken ze het stotteren in veel gevallen zelfs.
stottere
Je helpt een kind dat stottert het beste door niet te veel de nadruk te leggen op het stotteren, maar het ook niet te ontkennen. Neem de tijd om te luisteren en laat het kind gewoon rustig uitpraten terwijl je rustig oogcontact houdt. Ga liever niet zinnen afmaken, dit zorgt voor onzekerheid en extra frustratie. Leg de nadruk op 'wat' er verteld wordt en niet te veel op 'hoe' het verteld wordt. Maar benoem het stotteren wel gerust, het moet geen taboe worden. Goed bedoelde adviezen als 'haal maar even adem', 'begin maar even opnieuw' of 'praat eens rustig' werken meestal averechts. Ze geven het kind het gevoel het verkeerd te doen, wat voor spanning zorgt. En spanning versterkt het stotteren.

Hulp bij het stotteren

Wanneer vastgesteld is dat je kind stottert en dat begeleiding hierbij goed zou zijn, kan stottertherapie gestart worden. Deze therapie start met het in beeld brengen van het stotteren. Er wordt gekeken wanneer het kind stottert, hoe dat klinkt, waar valkuilen liggen en wat extra moeilijke momenten zijn. Op basis van deze informatie kan het kind spreektechnieken leren waarmee het het stotteren onder controle kan krijgen. Daarnaast wordt het kind geholpen minder negatief tegen het eigen spreken en stotteren aan te kijken. De angst om te praten wordt zo gereduceerd.
De ouders zijn over het algemeen dicht betrokken bij de therapie. Zij leren vaardigheden en oefeningen, zodat zij thuis met hun kind aan de slag kunnen. Bij de behandeling van stotteren bij jonge kinderen wordt vaak ook gekozen voor een indirecte behandeling. Niet het kind maar de ouders ontvangen dan begeleiding. De ouders worden zo co-therapeut en zijn degenen die het kind gaan helpen. De meeste kinderen (75 %) kan door middel van directe of indirecte stottertherapie leren vloeiend te praten.


Hierbij een aantal boeken over stotteren voor kinderen. Voor meer informatie en de mogelijkheid om het boek te kopen bij bol.com klik je op de titel.

- Joep!, Mark Haayema (4 tot 6 jaar)
- De woorden wolkjes machine, Kato Polfliet (5 tot 7 jaar)
- P-p-p-pa-pegaai is jarig, logopedie in een notendop, Miriam Helsper (4 tot 7 jaar)
- Stotterkit, stotteren, hoe werkt het bij jou, Carla van Wensen (7 tot 10 jaar)
- De survivalgids stotteren, Annick Beyers (9 tot 13 jaar)
- Stotteren doe je niet alleen, Carla van Wensen (13 tot 16 jaar)



Informatie voor dit artikel komt van:
www.stotteren.nl
https://www.thuisarts.nl/stotteren/mijn-kind-stottert
https://www.oudersvannu.nl/peuter/ontwikkeling/stotteren/
https://www.ouders.nl/artikelen/als-je-kind-begint-te-stotteren
https://www.24baby.nl/peuter/ontwikkeling/stotteren
https://www6.erasmusmc.nl/kno/research/uitleg/5293950/?reason=404



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Stel uw vraag of advies aan huis











Stotteren is een stoornis in het vloeiend spreken. Iemand die stottert is minder vaardig in de planning en uitvoering van de verschillende spraakbewegingen.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden